mormon.org Wereldwijd

Hallo, ik ben Judy

  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock
  • Judy Brock

Over mij

Ik ben in New Jersey opgegroeid, maar een jongen uit het zuiden werd mijn hartendief en sindsdien woon ik ten zuiden van de grenslijn Mason-Dixon. Toen ik een jong meisje was, was mijn vader eigenaar van een kroeg op de hoek van 8th en Market Street in Philadelphia. Daar keken we naar de Mummers-optocht op oudejaarsavond. We brachten de zomers aan de kust door en hadden trek in de schelpdierensoep van mijn grootmoeder. Nu heb ik de kust opgegeven voor de bergmeren van Blue Ridge en stoofpotschotels. We vissen hier op baars in plaats van blauwbaars en zeggen ‘jullies’ in plaats van ‘jullie’. Mijn man en ik zijn 26 jaar lang gelukkig getrouwd. We zijn met drie geweldige kinderen gezegend en een net zo geweldige schoonzoon en -dochter. Ik hou van het leven, ook al hebben we veel moeilijkheden doorstaan. Ik zoek altijd naar manieren om dat te vieren. Een van mijn passies is geweld tegen vrouwen uitbannen. Ik ben al twintig jaar vrijwilligster bij het plaatselijke opvangcentrum voor mishandelde vrouwen. Ik maak ook graag ontbijt klaar, niet dat ik er goed in ben. Toen mijn kinderen jong waren, durfden ze het woord ‘aangebrand’ niet uit te spreken, omdat ze bang waren dat ze me zouden kwetsen. Nu zeggen we in plaats daarvan: ‘O, het is licht geroosterd’ en dan glimlachen we! Ik hou erg van water, of dat nu de oceaan, een meer, waterval, regenstorm of plas is ... er is iets magisch aan water waar ik me toe aangetrokken voel. Ik draag vaak truien en pantoffels in huis en hou van omhelzingen. Ook heb ik al tien jaar het genoegen om op een basisschool met kinderen te werken. Ze maken leuke grappen, en men weet dat ik daar een beetje te veel in meega!

Waarom ik mormoon ben

Hoewel ik een miljoen redenen zou kunnen bedenken waarom ik mormoon ben, geloof ik dat ik als mormoon eenvoudigweg dichter bij mijn Heiland Jezus Christus ben. Mijn opvoeding was half agnostisch en half mormoons. Mijn vader is nog steeds agnostisch, en nu begrijp ik beter waarom. Hij trekt de financiële motieven van georganiseerde godsdienst simpelweg in twijfel en denkt dat er gewoon geen antwoord bestaat voor allerlei ‘onbeantwoorde vragen’. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen beantwoordt al mijn ‘onbeantwoorde vragen’, en ik trek de motieven van onze geestelijken niet in twijfel omdat ze niet betaald krijgen. We dragen allemaal een steentje bij, van zondagsschoolleerkracht tot koordirigent. De programma’s en gebruiken van deze kerk zijn een blauwdruk voor mijn leven. Bijvoorbeeld: door de beginselen van het woord van wijsheid na te leven, is er minder kans dat ik ergens aan verslaafd raak. Omdat we ons op het gezin richten en programma’s als gezinsavond, uitgaansavond en gezinsgebed hebben, beschikken we over een routekaart waardoor ons gezin hechter wordt en de verleidingen in de wereld ontwijkt. In ons programma over een verstandige leefstijl leren we ons op noodsituaties voorbereiden, de tering naar de nering zetten en een appeltje voor de dorst bewaren. Er zijn ontzettend veel dingen in deze kerk waar ik me in kan vinden. Het is logisch dat een jongen van veertien verward was over bij welke kerk hij zich aan moest sluiten, met name in zijn tijd. In zijn dorp stonden vier verschillende kerken, en alle predikanten op straat probeerden mensen te overtuigen om zich bij hun kerk aan te sluiten. Ik ben dankbaar dat hij in een bos knielde en onze hemelse Vader vroeg bij welke kerk hij zich aan moest sluiten. Vanwege de grote afval na Jezus’ dood moest de kerk van Christus hersteld worden. Die tijd was aangebroken. Joseph Smith vond de gouden platen die verborgen lagen in een berg. De vertaling, die bekend staat als het Boek van Mormon, is een van mijn meest waardevolle bezittingen. Het is mijn hele leven al een geweldige richtlijn! Kortom, ik geloof dat ik het beste uit mezelf haal en een fantastisch leven leid, en dat komt allemaal doordat ik mormoon ben.

Persoonlijke verhalen

Hoe zijn uw gebeden beantwoord?

In feite was het een niet verhoord gebed dat mij geleerd heeft hoe gebeden verhoord worden. ... Op een avond een paar jaar geleden sprak ik een krachtig gebed uit, waarin ik zo wanhopig klonk dat ik haast zou zeggen dat het meer een bevel was. Ik was onderweg naar het rouwbezoek van een pas overleden kennis. Toen ik ernaartoe reed, rende een jong kind voor mijn auto de weg op. Door de aanrijding veranderde mijn leven, want hij stierf aan zijn verwondingen. Toen het tragische schouwspel zich op die drukke straat ontvouwde, smeekte ik God om zijn leven te sparen. Ik dacht: een mosterdzaadje, een mosterdzaadje, ik moet gewoon geloof als een mosterdzaadje hebben. Ik wist dat ik zoveel geloof had. Ik geloofde dat ik zoveel geloof had. Terwijl ik mijn hartverscheurende roep tot de hemel doorzette, werd het duidelijk dat de situatie er akelig voorstond. De hulpverleners gaven hoopgevende berichten door, maar de wanhoop was van hun gezicht af te lezen. Ik bad vuriger en smeekte sneller. Ik was het wonder toch wel waard? Ik geloofde dat God een wonder voor dit kleintje kon verrichten. Maar toen ik de traumahelikopter weg zag vliegen en omhoog keek, kwamen de woorden ‘onderwerp je’ in mijn gedachte. Nee! dacht ik. Nee! Ik smeekte nog even maar wist diep in mijn hart dat ik me aan Gods wil moest onderwerpen. Het was nog niet in me opgekomen dat het niet de wil van de Heer was dat ik zijn leven met mijn gebed zou redden. De volgende ochtend overleed hij. Nu bid ik nog steeds maar onderwerp ik me aan Gods wil. Ik ga er niet vanuit dat ik weet wat het beste is. Ik geef God geen lijst meer met dingen om te doen. Als ik bid, weet ik dat ik moet veranderen, niet Hij. Ik heb ooit horen zeggen dat ‘verhoorde gebeden geloof versterken en onverhoorde gebeden geloof vervolmaken.’ Dat geloof ik. Ik weet zeker dat ik veel mogelijkheden zal blijven krijgen om mijn geloof te oefenen. Er kwamen veel wonderen uit die tragische gebeurtenis voort, maar niet degene waar ik voor gebeden had. Ik ben erachter gekomen dat gebed wel degelijk de zegeningen ontsluit die slechts in de wacht staan om op me uitgestort te worden. Ik moet ze gewoon met mijn ogen zien!

Kunt u iets over uw doop vertellen?

Op mijn tiende liet ik me dopen. Ik bezocht mijn familie in Wyoming, waar mijn moeder en tantes me in een wit laken wikkelden. Ze knipten een gat in het midden waar ik mijn hoofd doorheen stak, en daarna bonden ze een touw om mijn middel om er een doopjurk van te maken. Toen ik in de gesmolten sneeuw van Crow Creek stapte, dacht ik dat ik dood zou vriezen. Het was eind augustus, maar het water was zo koud als in januari. Nadat ik volledig was ondergedompeld, stond ik tot mijn knieën in ijzige modder. Mijn oom droeg me vlug naar de oever van de rivier, waar ik een warme deken om me heen kreeg en op een blok hout ging zitten. Toen ik daar zat, begreep ik wie de Heilige Geest was. Ik had geleerd dat de Heilige Geest een lid van de Godheid was, het lid dat bekend stond als de Trooster. Toen ik daar zat, met die warme deken om me heen, voelde ik hoe het zou zijn om in de liefde van de Trooster te zijn gewikkeld. Hij was mijn hemelse Vriend die altijd bij me zou zijn zolang ik die gave waard zou zijn. Met die deken om me heen begon ik te voelen hoe warm het zou zijn om door de Heilige Geest omringd te worden. Het zou net zo voelen als die deken die om me heen gewikkeld was: altijd warm, veilig en rustig. Nu weet ik dat diezelfde Trooster me in de moeilijkste tijden van mijn leven vaak getroost heeft. Ik probeer zó te leven dat ik dagelijks voor zijn aanwezigheid in aanmerking kom. Na die dag in het koude water van Crow Creek ben ik gezegend met ingevingen van goede keuzen, heb ik verstokte harten verzacht en mensen opgebeurd!

Hoe ik mijn geloof naleef

In mijn gemeenschap ben ik drie avonden per week vrijwilligster op oproepbasis voor ons plaatselijke programma tegen huiselijk geweld. Ik doe het al twintig jaar en ben zeer begaan met degenen die ik help. Ik rijd naar plaatselijke ziekenhuizen en troost de slachtoffers van de tragiek van seksueel misbruik en hun familieleden. Toen mijn man in 1990 het nieuwjaarsdoel stelde om ons op dienstbetoon te richten, meldde ik me als vrijwilligster voor het programma tegen huiselijk geweld aan. Ik dacht dat hij niet goed bij zijn hoofd was. Hij had drie banen zodat ik thuis bij de kinderen kon blijven. Hoe konden we nu dienstbetoon in ons schema proppen? Hij koos voor Habitat for Humanity. Ik dacht: als ik de komende 52 zondagen geen gereedschapsriem wil dragen, kan ik maar beter iets zoeken waar ik passie voor heb. Dus sprak ik een halfslachtig gebed tot God uit waarin ik vroeg of Hij mijn diensten wilde leiden. Verrassend genoeg worden zelfs halfslachtige gebeden verhoord. Diezelfde dag zag ik een artikel in onze plaatselijke krant waar vrijwilligers gevraagd werden voor het opvangcentrum voor mishandelde vrouwen in de provincie. Ik wist meteen dat ik mijn doel gevonden had. Mijn grootmoeder heeft huiselijk geweld overleefd. In de jaren veertig van de vorige eeuw werd ze van de trap afgeduwd, waardoor ze haar ongeboren kind verloor. Daarna scheidde ze van mijn grootvader, rondde ze de hogeschool af en voedde ze mijn vader en oom alleen op. De grootmoeder van mijn man had niet zoveel geluk. Zij was ook een slachtoffer van huiselijk geweld. Maar zij werd door haar echtgenoot doodgeslagen. Dus nu wijd ik ter ere van hen mijn tijd en energie toe aan vrouwen die ik van geweld hoop te bevrijden. Het werk dat ik doe, wordt tienvoudig gecompenseerd. Als ik gediend heb, voel ik mij een beter mens. Dan geef ik mijn man een dikkere knuffel. Dan zeur ik een beetje minder en dank ik God voor al mijn dagelijkse zegeningen. Overdag ben ik presidente van de vrouwenorganisatie van onze plaatselijke kerkgemeenschap. Die heet de zustershulpvereniging. Ons motto is: ‘De liefde vergaat nimmermeer.’ Deze fantastische, diverse groep vrouwen spant zich samen in om elkaar en de gemeenschap te dienen.