Het kerstverhaal

Tweeduizend jaar geleden vond er in Judea een wonder plaats. Dit verhaal gaat over een man en een vrouw. Dan verandert het in een verhaal over een vrouw en een kind. Maar oorspronkelijk was het een verhaal over een Vader en een Zoon.

De stad van David

Lukas 2:1-5

Bethlehem was een slaperig stadje, maar toen Jozef en zijn ondertrouwde vrouw, Maria, er aankwamen, zullen ze dat niet zo hebben ervaren. Die avond was in Bethlehem elke straat vol reizigers uit verre streken die gehoor hadden gegeven aan het gebod van keizer Augustus dat er in zijn uitgestrekte rijk een volkstelling moest worden gehouden. Al zijn onderdanen moesten naar hun voorouderlijke steden om te worden geteld.

Jozef en Maria zullen vast niet de aandacht hebben getrokken toen ze het stadje in de koelte van de avond binnengingen. Van een opzienbarende processie was geen sprake. Ze gingen op in de ontelbare menigte. Uiteraard zal het de aandachtige voorbijganger niet zijn ontgaan dat er gezinsuitbreiding ophanden was, want Maria was zwanger, en zo te zien, hoogzwanger.

In de voorbije dagen hadden ze de 100 kilometer tussen Nazareth en Bethlehem afgelegd. En op die lange reis hadden ze genoeg tijd gehad om na te denken. Beiden hadden ongetwijfeld veel om over na te denken, want ze wisten dat het kind in Maria’s schoot anders was dan alle andere kinderen die ooit waren geboren.

Maar op dat moment werd dat ongelooflijke geheim door dringender zaken overschaduwd.

De herberg

Lukas 2:6–7

Die avond zou Gods oneindige liefde vorm krijgen en zo tastbaar worden dat zij het in hun armen konden houden.

Toen Jozef binnenkwam, probeerde de herbergier wanhopig aan de eisen van zijn vele gasten tegemoet te komen. En nu was daar ook nog die uitgeputte maar onverzettelijke man die om het onmogelijke vroeg. De herbergier wilde hem wegsturen, omdat elke kamer dubbel of zelfs driedubbel bezet was, maar iets in Jozefs blik weerhield hem ervan. Zonder dat hijzelf begreep waarom, leidde hij de man en zijn zwangere vrouw naar de primitieve rotsholte die als stal van de herberg dienst deed.

De avond zal voor Maria en Jozef chaotisch hebben aangevoeld. In feite was dit het moment waar al vóór de grondlegging van de wereld naar was uitgezien. Met elke onzekere stap die zij zetten, waren Maria en Jozef de vervulling van profetie. Die avond zou Gods oneindige liefde vorm krijgen en zo tastbaar worden dat zij het in hun armen konden houden.

Het veld

Lukas 2:8-12

Terwijl Maria en Jozef zich voorbereidden op de geboorte van hun kindje, daalde er een engel uit de hemel neer die zijn eigen reis naar Bethlehem begon. Hij ging voorbij aan het overvolle dorp en ging in plaats daarvan naar de donkere en eenzame heuvels buiten de stad om een eenvoudige boodschap van liefde en hoop te brengen. Tot de nederige herders sprak de engel over Hem die Herder over ons allen zou worden: ‘Dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere. En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.’

De kribbe

Lukas 2:16–19

Dit kindje was Jezus, de Zoon van God, de Redder van de wereld.

Tegen de tijd dat de eerste herders weifelend de stal betraden, had Maria haar pasgeboren kindje al in doeken gewikkeld. Jozef keek vol liefde naar hen beiden. Het was waar dat deze zoon hem niet toebehoorde, of welke andere aardse vader ook. In plaats daarvan behoorde dit kind het mensdom toe.

En wat Maria betreft, veel van wat zij die nacht heeft gevoeld, zal nooit aan de wereld bekend worden. Zij bewaarde het in haar hart, waar geen woorden nodig zijn. Dit kindje was Jezus, de Zoon van God, de Redder van de wereld. Maar op dat moment was Hij klein en was de nacht koud. Zij was zijn moeder en zij zou hem tegen zich aan houden.

Het oosten

Mattheüs 2:1–2, 11

Diezelfde nacht zagen heilige mannen in een land ver van Bethlehem een nieuwe ster aan de hemel. Op de een of andere manier wisten zij dat die ster betekende dat alles in de wereld was veranderd. Zij zochten geschenken uit die een koning waardig waren en gingen onmiddellijk op weg naar Jeruzalem.

Het eerste geschenk

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Johannes 3:16

De geschenken die de wijzen naar Jezus brachten, worden vaak als de eerste kerstgeschenken gezien. Maar in werkelijkheid was het eerste kerstgeschenk al gegeven, voordat dat zij zelfs maar op reis waren gegaan.

Kan een geschenk dat een liefdevolle hemelse Vader ruim tweeduizend jaar geleden heeft gegeven er nu nog toe doen? Het antwoord is een hartverwarmend jazeker. Alles wat Jezus Christus heeft gedaan, was gericht op een stralender toekomst voor alle kinderen van God. Dankzij dat eerste geschenk is de verlossing een feit en is de dood niet het einde. Verdriet is tijdelijk en liefde is eeuwig. De smet van zonde kan plaats maken voor volmaakte vergiffenis. Door zijn leringen ter harte te nemen en zijn voorbeeld van een volmaakt leven te volgen, kunnen we zoals Hij worden en ware vrede en vreugde ervaren. Laten wij in de kersttijd niet vergeten dat Hij het geschenk is.

Lees hoe u het geschenk accepteert

Lees hoe u blijvende vrede en vreugde kunt krijgen door de leringen en het voorbeeld van Jezus Christus na te volgen.

Meer te weten komen

Ontdek waarom het geschenk werd gegeven

Verneem meer over Gods grootste geschenk aan het mensdom: zijn eniggeboren Zoon, onze Heiland Jezus Christus.

Meer te weten komen

Hebt u een vraag?
Chat met ons.

U kunt met uw vragen over het kerstverhaal of een ander onderwerp over de mormonen bij onze zendelingen terecht. Zij zullen uw vragen zo goed mogelijk beantwoorden.